1. Algemeen



1.1 Inleiding

Dit reglement gaat in op zowel de interne als de externe competitie. De interne competitie omvat de herfst- en de wintercompetitie (artikel 2) en de bekercompetitie (artikel 3). De externe competitie (zowel van de Leidse SchaakBond als van de KNSB) omvat een gesloten competitie en een bekercompetitie (artikel 4). Het reglement sluit af met een slotbepaling (artikel 5).

Dit reglement is vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van Schaakvereniging Leiderdorp op 12 september 2000 en gewijzigd in de Algemene Ledenvergaderingen op 18 september 2001, 17 september 2002, 16 september 2003, 14 september 2004 en 25 september 2007.


1.2 Overzicht

Het schaakjaar begint in de eerste week van september en loopt door tot de laatste week van juni. Het seizoen is verdeeld in drie delen (speelseizoenen):

- Het eerste deel loopt vanaf de Algemene Leden Vergadering tot ongeveer de kerstvakantie. Hierin wordt de Herfstcompetitie gehouden.
- Het tweede deel loopt vanaf de kerstvakantie tot eind april. Hierin wordt de Wintercompetitie gehouden en aansluitend een tweekamp om het clubkampioenschap.
- In de maanden mei en juni wordt het Open Leiderdorps Rapidkampioenschap gehouden.

De clubavond valt op woensdag en loopt van 19.30 tot 24.00 uur. De indeling vindt plaats tussen 19.45 en 20.00 uur. Er wordt gespeeld volgends de algemene FIDE-reglementen. De competitieleider is tevens wedstrijdleider, tenzij hij een vervanger aanwijst. Speelgerechtigd zijn alle leden van SV Leiderdorp en alle bezoekers (bezoekers met een maximum van drie keer per seizoen).


1.3 Clubrating

Op een aantal punten in dit reglement wordt gerefereerd aan de clubrating: als hulpmiddel voor de plaatsing voor de externe competitie en bij het bepalen van de hoogst en laagst geklasseerde speler bij partijen voor de (interne) bekercompetitie. Met de clubrating van een speler wordt bedoeld de rating die binnen SV Leiderdorp bijgehouden wordt, en in het bijzonder de rating bij aanvang van het desbetreffende speelseizoen.
Van nieuwe spelers van wie geen betrouwbare rating beschikbaar is (ofwel de KNSB-rating of de rating van die speler bij een vorige club), wordt een schatting van de rating gemaakt door het bestuur.


1.4 Speeltempi

1.4.1 Herfst- en wintercompetitie
Voor partijen in de herfst- en wintercompetitie is het speeltempo afhankelijk van de leeftijd van de jongste deelnemer:

- Als deze speler 13 jaar of jonger is, zal het speeltempo 1 uur per persoon voor de hele partij zijn.
- Als deze speler 14 jaar of 15 jaar is, zal het speeltempo 1 uur en 15 minuten per persoon voor de hele partij zijn.
- Als deze speler 16 jaar of ouder is, zal het speeltempo 1 uur en 35 minuten voor de hele partij zijn, met per zet een bonus van 10 seconden.

1.4.2 Bekercompetitie
Voor de bekercompetitie geldt het volgende speeltempo:

- Als de jongste deelnemer aan een partij 15 jaar of jonger is, geldt het in 1.4.1 genoemde speeltempo.
- In alle andere gevallen worden 2 partijen gespeeld met een tempo van 45 minuten per persoon per partij.
Een jeugdspeler mag, met instemming van de tegenstander, er voor kiezen om in plaats van één partij met jeugdtempo twee rapidpartijen te spelen. Het speeltempo dient dan minimaal 30 minuten pppp. te zijn.



2. Herfst- en wintercompetitie


2.1 Competitie

In de herfst- en wintercompetitie wordt volgens het Boon-systeem gespeeld. In dit systeem kunnen 0 tot 5 punten per speelavond verdiend worden volgens onderstaand schema:

Afwezig zonder afmelding: 0 punten
Verlies: 1 punt
Afwezig met afmelding: 2 punten
Remise of externe wedstrijd: 3 punten
Vrij vanwege oneven aantal spelers: 4 punten
Winst: 5 punten

Indien een speler in dezelfde week zowel een interne als een externe wedstrijd speelt, geldt het resultaat van de interne partij. Hiervan kan worden afgeweken als een speler voor aanvang van de eerste partij heeft aangegeven welke partij hij mee wil laten tellen.

In het geval er een oneven aantal leden aanwezig is, zullen eerst degenen die zich vrijwillig aanmelden in aanmerking komen om die avond niet te spelen. De laatste drie ronden van de competitie vervalt dit recht om competitievervalsing tegen te gaan. Mochten er geen vrijwilligers zijn of bevindt de competitie zich in de laatste drie ronden, dan zal de speler die het laagst op de ranglijst staat en die nog niet eerder in het seizoen vrijgesteld is, niet spelen.

Uitslagen van bekerwedstrijden tellen als volgt voor de interne competitie:

Mocht een deelnemer met 1-0, 2-0 of 1,5-0,5 winnen krijgt deze 5 punten, de verliezer krijg dan 1 punt.
Mocht het resultaat zonder verlenging gelijk zijn, 0,5-0,5 of 1-1, dan krijgen bijde deelnemers 3 punten.

De stand wordt bepaald door een optelling van de behaalde punten binnen n competitie. In het geval van gelijk eindigen telt het onderling resultaat. Vervolgens wordt er achtereenvolgens naar WP en SB gekeken. Indien ook dat geen uitsluitsel geeft, wordt er een beslissingswedstrijd gespeeld om de competitiekampioen aan te wijzen.

Geen speler kan een kleursaldo boven +2/-2 krijgen. Geen speler krijgt meer dan 2 keer achtereen dezelfde kleur. Spelers dienen de uitslag aan de wedstrijdleider door te geven, dit kan mondeling of schriftelijk gebeuren.



2.2 Clubkampioenschap

De winnaar van de herfstcompetitie speelt tegen de winnaar van de wintercompetitie een beslissingswedstrijd. Deze wedstrijd bestaat uit twee volwaardige partijen (1 uur en 35 minuten plus 10 seconden per zet). Mocht er na twee partijen een gelijk stand zijn bereikt, dan dienen er twee partijen van elk 45 minuten per persoon per partij gespeeld te worden om de winnaar aan te wijzen. Mochten deze ook gelijk eindigen, dan worden er twee wedstrijden van 5 minuten per persoon per partij gespeeld. Mocht dit geen beslissing brengen, dan kunnen de spelers in onderling overleg bepalen nog meer van deze sets van twee snelschaakpartijen te spelen. Op het moment dat er een beslissing moet vallen, dan zal er een tiebreak gespeeld worden. In een tiebreak wordt er geloot om de kleur, en krijgt wit 6 minuten en zwart 5 minuten, waarbij wit de opdracht heeft te winnen. Namelijk, in het geval van een remise, wint zwart de tiebreak.

De winnaar van deze tweekamp krijgt de titel clubkampioen van SV Leiderdorp.

Ingeval dezelfde persoon zowel de Herfst- als de Wintercompetitie wint, zal er geen tweekamp gehouden worden, maar krijgt deze persoon automatisch de titel.



3. Bekercompetitie

Elk jaar wordt een knock-out bekertoernooi gehouden, waaraan alle clubleden kunnen deelnemen. Het bekertoernooi bestaat uit een aantal ronden, waarbij elke deelnemer in elke ronde n (in het geval n of beide spelers jeugdspeler zijn en het niet de finale betreft) of twee rapidpartijen speelt tegen dezelfde tegenstander. In overleg mag, indien beide spelers daarmee akkoord gaan, ook voor n partij met een normaal speeltempo gekozen worden. De winnaar gaat door naar de volgende ronde. Bij een gelijk eindigen van de stand zullen er twee snelschaakpartijen volgen om de winnaar aan te wijzen. Mocht dit geen beslissing brengen, dan kunnen de spelers in onderling overleg bepalen nog meer van deze sets van twee snelschaakpartijen te spelen. Op het moment dat er een beslissing moet vallen, dan zal er een tiebreak gespeeld worden. In een tiebreak wordt er geloot om de kleur, en krijgt wit 6 minuten en zwart 5 minuten, waarbij wit de opdracht heeft te winnen. Namelijk, in het geval van een remise, wint zwart de tiebreak.

De eerste ronde bestaat uit zoveel spelers als minimaal nodig is om het aantal overblijvende spelers op een macht van twee te laten uitkomen. Aan deze ronde doen alleen de spelers met de laagste clubrating (zie artikel 1.3) mee.

Een voorbeeld: er schrijven zich 25 spelers in. Voor de tweede ronde moeten er 16 overblijven; dit wordt bereikt door 9 partijen te spelen waardoor 9 van de 25 spelers afvallen. De 7 spelers met de hoogste rating krijgen voor deze ronde een bye. De 9 winnaars en de 7 spelers met een bye gaan over naar de volgende ronde.

Na de voorronde wordt er geloot wie tegen wie moet spelen. Na deze eerste ronden speelt winnaar 1 tegen winnaar 2, winnaar 3 tegen winnaar 4 enz. Voor de daarop volgende ronde geldt het zelfde systeem tot aan de finale aan toe.



4. Externe competitie

De plaatsing voor de teams waarmee SV Leiderdorp uitkomt in de externe competitie wordt zoveel mogelijk bepaald door de clubratings aan het begin van het seizoen: de eerste acht spelers die mee willen doen komen in het eerste team, enzovoorts. Het bestuur mag bij de ALV een speler voordragen voor een plaats in een hoger team daar waar hij/zij op grond van zijn/haar rating recht op heeft. Verder geldt dat de clubkampioen van het voorgaande seizoen altijd geplaatst is voor het eerste team. Daarnaast kan er geschoven worden met spelers om een jeugdteam te vormen.

Als er meerdere teams in de zelfde klasse spelen, krijgen jeugdteams altijd voorrang bij de nummering (omdat senioren kunnen invallen bij jeugdteams, terwijl het omgekeerde niet kan). Verder kan in zon geval om tactische redenen het hoogst gerateerde team het lagere zijn (bijvoorbeeld in verband met de sterkte van andere teams in de poule). Het bestuur zal elk jaar een voorstel doen aan de ALV voor een indeling van de spelers in teams. Over de opstelling van de teams tijdens de wedstrijden beslist de betreffende teamleider.

Zowel de Leidse SchaakBond als de KNSB organiseren een bekercompetitie. Elk bekerteam wordt samengesteld door de teamleider van het hoogste team dat uit mag komen voor de betreffende bekercompetitie, uit zijn eigen team.



5. Slotbepaling

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de competitieleider.
Tegen een beslissing van de competitieleider kan binnen 3×24 uur schriftelijk beroep worden aangetekend bij het bestuur. Het bestuur doet binnen 4 weken na aantekening van het beroep uitspraak.