De vereniging

De geschiedenis van de vereniging
 
door Jaap Riemens
 
De Schaakvereniging Leiderdorp is officieel opgericht op 3 januari 1922. De mannen van het eerste uur waren wat clubtrouw en dienstbetoon betreft voorbeelden voor vele latere leden-schakers. De eerste voorzitter was J.M. de Koning. Hij werd al snel opgevolgd door A. van Klaveren, de eerste clubkampioen, een titel die hij vaak zou prolongeren. Hij bleef voorzitter tot 1940! En wat te denken van M. Splinter, die vanaf de oprichting secretaris was tot 1940 toen en daarna nog eens van 1949 tot 1969 voorzitter. Zijn titel van ere-voorzitter is nog steeds een unicum in de clubgeschiedenis. 
Natuurlijk verdient een aparte vermelding Wim Goedhart, die ruim veertig jaar actief schaakte in onze vereniging en vanwege zijn grote verdiensten voor het clubleven de titel van erelid droeg. Een vroeger erelid was R. van der Zwan, die veel werk heeft verricht voor het verenigingsblad van de senioren En Passant. Ongeveer even lang bestaat het clubblad van de jeugd, de Kleine Kwaliteit. 
Maar ook niet te vergeten Schoppen, De Geus en Piet van der Leek. Zij waren het die als respectievelijk voorzitter, secretaris en penningmeester na de oorlog op 13 september 1945 de draad na vijf jaar stilstand gewoon weer oppakten. Piet van der Leek is meer dan vijftig jaar actief lid geweest, behoorde tot de sterkste spelers en was behalve bestuurslid ook een van de eerste jeugdleiders.
 
In 1921 werd dan geschaakt in hotel Ramaeker aan de Bruggestraat. Maar ,,aangezien verschillende leden naar den zin en het inzicht des heren Laman niet genoeg verteren'' en dus de zaalhuur moest worden verhoogd, ging men naar het cathechesatielokaal achter de N.H. Kerk. ,,Ook zijn we daar veel vrijer in ons doen en laten en wordt er niet om 10 uur geroepen: ‘t is de hoogste tijd heeren.'' Schaken was naast de spanning van de wedstrijd ook toen al gezellig! Overigens werd als argument ook aangevoerd dat ,,verschillende jonge menschen niet in een café mogen komen en daarom geen lid van de club kunnen worden''.
Al snel werd besloten kinderen beneden de zestien jaar niet toe te laten en in 1923 werd die grens zelfs verhoogd tot achttien jaar. ,,De reden waarom ik die leeftijdsgrens gesteld wil zien, komt daarop neer dat wij de kwajongensstreken vermijden … want wij zijn geen oppassers'', aldus een emotioneel betoog uit 1923. Daarin is later wel verandering gekomen.
De wedstrijden tegen andere clubs werden in hotel Ramaeker gespeeld, ook na de oorlog nog. Na 1948 speelde en vergaderde men in 'Het Wapen van Leiderdorp'. Toen al lonkte men naar het oergezellige Dorpshuis, maar dat liet lang op zich wachten. Eerst in 1957 was het zover, maar daar verbleef de club dan ook dertig jaar. Met pijn in het hart moest daarvan in 1987 afscheid worden genomen vanwege een veranderde bestemming van het gebouw. De club verhuisde naar het clubgebouw van de plaatselijke muziekvereniging Tamarco aan de Splinterlaan. 
De jeugd zwierf na het vertrek uit het Dorpshuis aan de Hoofdstraat van school Elckerlyc, multicultureel centrum de  Sjelter aan de Heemraadlaan en buurtcentrum De Buit aan de Buitenhoflaan. Sinds begin deze eeuw schaken de jeugdleden in de Kastanjelaanschool, ook toen die tijdelijk was gevestigd in gebouw Doesmeer aan de Hoogmadeseweg.
 
 
De opkomst op de speelavonden en het ledental baarden weleens zorgen baarden. Mooi is het meest memorabele bedankbriefje: ,,Ik laat u weten dat ik er mee kapt met schaken het is niet goed voor mijn hersens met andere woorden het is te ingewikkeld voor mij…''
Het ledental groeide langzaam, maar de spectaculaire groei kwam in 1934, een jaar voordat Max Euwe tegen Aljechin om het wereldkampioenschap schaakte en de titel van hem overnam. In die tijd ging een golf van schaakenthousiasme door Nederland. Schaakclubs werden opgericht, er was veel achtergrondpubliciteit en onze club richtte een 'schaakschoolklasse' op, het prille begin van een jeugdafdeling die later zo’n spectaculaire bloei zou meemaken. Schaakvereniging Leiderdorp groeide tot dertig leden en dat aantal zou voorlopig nauwelijks groter worden. Na de oorlog werd in de jaren 50 een dieptepunt bereikt van achttien leden, maar door de doorgaande successen van Euwe groeide het aantal seniorleden weer snel tot zo’n dertig.
Nu telt SV Leiderdorp veertig senior- en tachtig jeugdleden.
 
Overigens ging eerst de schaakschoolklasse uit 1934 al voor de oorlog ter ziele en stond het jeugdschaak ook later nog op een laag pitje. In 1971 werd het jeugduurtje zelfs helemaal afgeschaft. Maar inmiddels was er een televisie-schaakcursus begonnen en was er zelfs sprake van een toeloop van jeugd. Dit gevoegd bij een verschuiving van de speelavond voor de jeugd naar de woensdag was het begin van een ongekende bloeiperiode van het Leiderdorpse jeugdschaak. Cruciaal daarbij waren het idealisme, enthousiasme en de kennis van de jeugdleiders. 
Zo werd met de benoeming in 1974 van de enthousiaste Ton Rijnsburger als jeugdsecretaris al een stap in de goede richting gezet. In 1981 nam Sjoerd van Ketel de supervisie van het jeugdschaak over. Zijn nimmer aflatende inzet en dat gedurende meer dan tien jaar leidde er niet alleen toe dat de jeugdafdeling groeide, maar zij kreeg ook landelijk bekendheid door de successen zowel in teamverband als individueel. 
In 1990 nam Roald Vahl het roer over. Onder zijn supervisie en door zijn even grote als enthousiaste inzet bleef de Leiderdorpse jeugd toestromen.
 
In 1926 werd Leiderdorp aangemeld als lid van de Nederlandsche Schaakbond. De club werd meteen kampioen in de derde klasse. De betrekkelijk hoge klassering bracht ons samen met Haagse en Rotterdamse clubs, waardoor een voor die dagen onoplosbaar reisprobleem dreigde te ontstaan. Bij de oprichting in 1928 van 'Schaakbond voor Leiden en Omstreken' (in 1938 gewijzigd in Leidse Schaakbond of LSB) traden we tot die bond toe.
Daarmee ontstond een meer formele regionale competitie. De resultaten zijn wat de seniorenteams betreft altijd bescheiden gebleven. Ups en downs wisselden elkaar af. Ups waren in elk geval de promoties in de loop van de tijd naar de 1e klasse en zelfs naar de Promotieklasse. Helaas zat promotie naar de landelijke competitie er niet in.
 
Het zijn de leden die de geschiedenis van de club hebben geschreven en nog schrijven. Wat de individuele prestaties betreft valt in elk geval te denken aan jaarlijkse clubkampioenen, aan de winnaars van de jaarlijkse bekerwedstrijden of aan die van de vroegere open Leiderdorpse kampioenschappen. En niet te vergeten de prestaties van wijlen Wim Goedhart die in 1969 in een V&D-simultaanwedstrijd de legendarische grootmeester Donner versloeg en een jaar later een overeenkomstige prestatie leverde tegen Zuidema.
Weer teruggaande in de tijd komen we W.G. Demmendal tegen, vanaf het begin lid. Hij heeft voor onze club vele punten in de wacht gesleept, was winnaar van het vroegere Rijnmondtoernooi waaraan de sterkste regionale schakers meededen en was wellicht de sterkste schaker die de club ooit onder haar leden telde. Demmendal was van beroep veehouder en woonde op de Achthovenerweg. Bij uitwedstrijden zocht hij in het speellokaal soms eerst een piano op, speelde daarop een voortreffelijk stukje muziek om vervolgens een voortreffelijk stukje te spelen op het bord. Ondertussen had zijn onafscheidelijke sigaret een aslengte van 2 centimeter bereikt. 
Onze club telde meer schakers van formaat. Maar ze worden niet allen zo bekend als grootmeester Jeroen Piket, ooit Nederlands sterkste schaker en hoog op de wereldranglijst.
Voor een ieder, ook voor diegenen die onderaan de ranglijst bengelden, was er vroeger het plezier van de jaarlijkse gongwedstrijden (bij elke gongslag een zet) en dan blijkt schaken naast spannend en gezellig ook nog eens zenuwslopend te zijn. 
Bij de herinneringen past ook de toetreding destijds van Mevrouw Kuyt (want zo spraken we haar aan in die tijd, zoals we het ook steevast hadden over rector J.C. de Groot, meermalen clubkampioen). De komst van een vrouw als schakend lid werd hooglijk gewaardeerd. Later werd ze secretaris en hoe ze dat werd is een gouden tip bij vacature-problemen: ,,Van de afwezigheid van Mevrouw Kuyt wordt gebruik gemaakt haar tot secretaris te benoemen.'' (1968)
 
Van koningin tot dame, van raadsheer tot loper, van kasteel tot toren: namen veranderen in de loop van de tijd, maar het eeuwenoude schaakspel blijft er niet minder gezellig en (ont)spannend om, zeker niet als dit in clubverband wordt beoefend zoals dat bij Schaakvereniging Leiderdorp al bijna een eeuw jaar het geval is.