SVL 1 leidt onnodige nederlaag tegen De Waagtoren 2

Door Martijn Otten
Afgelopen zaterdag stond de derde ronde van de KNSB-competitie op het programma. Na een teleurstellend verlies tegen DD 2 en een mooie overwinning op Fischer Z, speelde SVL 1 thuis tegen laagvlieger Waagtoren 2.

Op rating een tegenstander die we zouden moeten kunnen verslaan, maar we misten wel enkele belangrijke spelers zoals Nick, Niels en Wim. Doordat we met twee invallers speelden, was de gemiddelde rating gelijk, waarbij wij wel een hogere rating hadden aan de eerste vijf borden en een lagere rating aan de laagste drie.
Juist aan die onderste drie borden begon het echter goed. Joël (6) kwam heel goed uit de opening en zette met zijn twee paarden en de dame de hele zwarte stelling klem. Na heel lang nadenken wist zijn tegenstander zich wel te ontworstelen aan die druk, maar dat had haar wel twee pionnen gekost. Het toreneindspel (2T+L) dat overbleef werd door Joël soepel gewonnen.
Aan de hogere borden hadden we het juist lastiger. Giel (3) kwam al vanuit de opening wat passief te staan en zijn loper die op a4 een pion had gewonnen, kon hij nog maar net redden met b5, maar daarna kwam die loper eigenlijk niet meer in het spel voor. Toen wit via de andere vleugel met zijn torens binnen wist te komen, was er voor Giel geen houden meer aan en stond het alweer 1-1. In zijn eigen woorden: “ik kreeg een variant op het bord die me niet helemaal lag. Ik won op een gegeven moment een pion maar stond wel onder druk. In een poging meer activiteit te krijgen, kwam ik slechter te staan en vooral de koning stond erg open. Dit was lekker spelen voor de tegenstander die het daarna snel afmaakte.”
Rolf (2) kreeg het scherpe Schliemann-Jaenischgambiet op het bord, dat is Spaans met na 3.Lb5 meteen 3. … f5. Ik ken dit niet goed, omdat ik dit zelf ook niet speel met wit, maar in mijn Opening Encyclopedia 2014, staan een aantal interessante varianten met 4.Pc3 en 4.d3. Rolf koos zelf voor 4.d4 en hoewel hij een sterk paard op e5 leek te krijgen, bleek dit paard toch redelijk machteloos en zelfs een beetje kwetsbaar. Uiteindelijk verloor Rolf een stuk tegen twee pionnen en het toreneindspel dat daarop volgde kon Rolf nog wel erg lang rekken, maar het zwarte loperpaar bleek toch te sterk en dus kwamen we 2-1 achter.
Michael liet aan bord 5 een stortvloed aan vijandelijke centrumpionnen toe. Waar dit normaal gesproken een heel sterk centrum kan bieden voor wit, waren het nu vooral schietschijven waar Michaels stukken heerlijk op konden schieten. Uiteindelijk kreeg Michael twee lopers op g7 en g4 die heerlijk alle velden van de witte stelling aanvielen en een ijzersterk paard op d3 wat hem een kwaliteit opleverde. Daarna heb ik door mijn eigen tijdnoodfase het einde niet meer geheel kunnen volgen, maar ik was niet verrast dat Michael de 2-2 liet noteren. In Michaels eigen woorden: “Mijn tegenstander koos ervoor om een groot pionnencentrum op te bouwen. Ik zette met mijn pionnen en stukken druk op dat centrum. Mijn tegenstander moest twee pionnen opgeven, maar won wel een kwaliteit ervoor terug. Maar doordat het centrum geopend was en mijn lichte stukken een stuk actiever waren dan mijn tegenstanders stukken, kon ik de winst naar me toe slepen.”
Lo had inmiddels op bord 8 een prima partij gespeeld, waarin hij zich prima staande wist te houden. De middenspelstelling leek lange tijd in evenwicht, maar toch kwam er een heel fascinerend eindspel uit voort. Lo hield als enige een loper over, maar moest het met zijn vier pionnen wel opnemen tegen de 7 pionnen van zwart. De loper was sterk genoeg om de pionnen in bedwang te houden, maar het was niet mogelijk om ook nog binnen te vallen in de zwarte stelling en daarom moest hij berusten in een gelijkspel. 2.5-2.5
Inmiddels zat Edwin al geruime tijd een ingewikkeld eindspel te verdedigen. De stelling was lange tijd gelijk opgegaan en nadat ook de lopers waren gewisseld, bleven er twee dames over. Edwin had daarbij een extra pion (dubbelpion) op de koningsvleugel en zijn tegenstander een extra pion op de damevleugel. Na het afruilen van de pionnen op de damevleugel, hield wit een vrije b-pion over. Edwin besloot om een tegenaanval te zoeken door de koning van wit aan te vallen, maar die hield zijn stelling goed gesloten en langzaam maar zeker marcheerde de b-pion naar voren totdat Edwin moest opgeven. 3.5-4.5
Ik was zelf toen nog aan het spelen aan bord 1. Ik had al in de voorbereiding gezien dat deze speler 1.Pf3 speelde en had zelf een aantal scherpe varianten voorbereid voor na 2.c4. Maar na 2.d3 waren ook die kansen verkeken en moest ik me gaan opmaken voor een saaie opening, waarin ik snel e5 probeerde door te duwen om zelf het centrum te claimen. Ik maakte wat kleine foutjes en kwam steeds passiever te staan om maar niet mijn pion te hoeven verliezen.

Hierboven mijn stelling na 24.Tfc1 van mijn tegenstander. Een hele ingewikkelde en misschien ook wel saaie stelling, maar tegelijkertijd ook wel erg leerzaam. Ik had ervoor gekozen de pion op d4 neer te zetten om zijn stelling wat meer vast te zetten, maar achteraf was dat toch niet heel handig, omdat d4 erg kwetsbaar is en zijn loper op g2 sterker wordt. Volgens Stockfish is het juiste strijdplan hier om g5 te spelen om zo met g4 en Pf3+ de witte loper uit te schakelen. Een interessant idee wat ik eerlijk gezegd helemaal gemist hebt. Daarom geeft Stockfish 24.h4 ook als veel betere zet. Mijn plan was om mijn stukken te ontzetten via Lb6, maar omdat je dan Txa8, Txa8 en Lxb7 krijgt, speelde ik hier eerst Dd7. Een cruciale fout, want dat brengt een mooie truc in de stelling: Txa7! Na Txa7 volgt dan Lxd4 en door mijn damezet is het paard op e5 ongedekt en verlies ik hier een kwaliteit en waarschijnlijk de partij.
Hier mazzelde ik echter, want na Dd7 volgde Ta5 en hierna wist ik er snel voor te zorgen dat een aantal stukken werden afgeruild. Op zet 38 had ik nog met een schijn-dameoffer een pion kunnen winnen, maar dat durfde ik met nog maar één minuut op de klok niet aan en het was waarschijnlijk sowieso niet genoeg geweest voor de winst. Na de tijdcontrole hielden we allebei een dame en een toren over en ondanks verwoede pogingen van mijn kant om nog tot winst te komen, moest ik berusten in een gelijkspel. 3-4
Alleen Koerd was toen nog bezig. Hij had in de opening al snel een pion gewonnen, maar zijn pionnenstructuur was wel wat gehavend. Zijn tegenstander liet hem echter een stuk ruilen, waardoor in één keer zijn hele structuur weer op orde was en zijn stukken veel beter stonden. Hij won nog een pion en wikkelde af naar een toreneindspel. Maar met alle pionnen op één vleugel konden de zwarte koning en toren nog goed weerstand bieden. Uiteindelijk hield Koerd de e-, f- en h-pion over tegen een e-pion van zwart. Ik heb van mijn Eindspelbijbel (Dvoretsky’s Endgame Manual) geleerd dat een toreneindspel met f- en h-pion remise is en met de extra e-pionnen leek dat toch ook het geval. Want hoewel Koerd nog heel lang doorspeelde, lukte het hem niet meer om door de zwarte verdediging heen te breken en kwamen we net een halfje tekort voor een matchpunt.
Over drie weken mogen we alweer aan de bak, dan in de uitwedstrijd tegen koploper Oegstgeest ’80. Daar moeten we inmiddels wel gaan winnen, om nog een kans te houden om kampioen te worden, dus erop of eronder!